Doodsangsten heb ik uitgestaan. En niet alleen ik, maar ook mijn kinderen. Eigenlijk al vanaf de eerste keer dat Jaap mij bedreigde. Geschreeuw. Gebalde vuisten. Die agressieve blik. Ik vraag me af of ik dat ooit nog ga vergeten. En nu ik dit allemaal oprakel, begint mijn hart weer als een bezetene te kloppen.

Home | Lees het verhaal van Jelle »

Vier jaar terug ging ik scheiden van Martijn; Martijn, mijn man. De vader van mijn kinderen Jelle en Rosemarijn. Jaap kende ik al langer. Een vriend van de familie. Pffff, een vriend. Ja ja. Ik voelde me eenzaam na de scheiding. En Jaap was lief voor me. Precies wat ik nodig had.

Binnen vier maanden trok Jaap bij ons in. Het klikte. Dacht ik. Jaap, ik krijg die naam mijn mond niet meer uit! Mijn ouders en veel vrienden snapten het niet. Had ik toen maar naar ze geluisterd. Maar ja, ik was verliefd. Natuurlijk wist ik dat hij net uit de gevangenis kwam. Hij was geen lieverdje, dat wist ik ook. Maar hij zei: voor jou wil ik mijn leven beteren, Marloes.

Jaap bleek ineens een bazig mannetje. Helemaal niet relaxt. Jaloers ook. Voor ik het wist mocht ik niks meer. He-le-maal niks. Geen koffie bij de buren, geen gezellig avondje met vrienden. Thuis blijven op de bank. Terwijl hij wél zijn eigen gang ging.

De eerste keer dat ik er tegenin ging was het raak. Die agressieve blik. Gevloek, dreigende taal. Ik dook letterlijk in elkaar. En de kat gaf hij een schop. Daarna werd het een hel. Ik werd geslagen, vastgebonden op een stoel. Waar de kinderen bij waren. Later stuurde hij Jelle en Rosemarijn eerst naar hun kamer. Die angst in hun ogen. Vreselijk. En dan ben je nog maar acht of tien jaar oud. Ik vond het nog erger voor hen dan voor mezelf.

Waarom ik niet voor mezelf en de kinderen opkwam? Geen idee. Vluchten? Ik kon het gewoon niet. Ik raakte verward, compleet lamgeslagen. Lag uren huilend op mijn bed, beukte met mijn vuisten in het kussen. Als je maar lang genoeg vernederd en geslagen wordt, haak je helemaal af. Mijn ouders en de buren in de straat kregen het in de gaten. Zij hebben uiteindelijk hulp ingeroepen. De politie kwam eraan te pas. Jaap moest het huis uit. Wij werden opgevangen, kregen professionele hulp van maatschappelijk werk. Maar ik dacht: nu kunnen we zelf verder, hulp hebben we niet nodig. Maar het werd alleen maar erger...

De angst en onzekerheid werden toen nog groter dan daarvoor. De eerste keer dat hij bij ons inbrak dacht ik: dit wordt m'n dood. Zijn knallende vuisten op onze voordeur. Zijn klap in mijn gezicht. Ik ben dwars door de kamer gesleurd, naar buiten, de tuin door. Even werd het zwart voor mijn ogen. Toen ik bijkwam zat hij bovenop me. Hij keek me aan en zei: ik hou van je. Hoe kan dat nou?

Jaap ging weg. Maar kwam steeds weer terug. Op de meest onverwachte momenten. 's Nachts vooral. En altijd met grof geweld. Er reed politie in de straat rond. Ik had dag en nacht een alarmsysteem bij me. De kinderen en ik bleven 's avonds binnen. We waren zó bang. De gordijnen gingen om half acht 's avonds dicht, altijd. Bij elk geluid in de straat schrok ik op, de telefoon durfde ik niet op te nemen. Zodra we de voordeur hoorden probeerden we ons op te sluiten. Boven in Jelle's kamer. Maar meestal was hij ons voor.

Gebroken neus, schaafwonden, blauwe plekken, een hersenschudding. Ik heb het allemaal meegemaakt. En het gebeurde onder de ogen van mijn kinderen. Ik ga niet het hele verhaal vertellen. Uiteindelijk ben ik naar een opvanghuis gevlucht. De kids werden naar mijn ouders gebracht. Ik heb aangifte gedaan. Jelle legde een verklaring bij de politie af. Tien jaar was-ie toen, zo stoer. En zo zielig tegelijk. De angst bleef. Zou Jaap ons toch weer vinden? En zou het hele verhaal dan weer van voor af aan beginnen?

Jaap kreeg een straatverbod. Dat voelde als een opluchting. Ik dacht: nu kunnen we ons leven weer oppakken. Maar ook toen bleek dat we flink wat hulp nodig hadden. Teveel meegemaakt. Te hard geraakt. Elke keer als ik de straat in kwam, keek ik angstig om me heen. Hij zal toch niet...

Rusteloze nachten. Enge dromen. Wakker worden op de tijdstippen waarop hij meestal binnenstormde. De voordeurbel, een schim op straat. Vreselijk. Jaap was er niet maar beheerste nog steeds ons leven. En leg het allemaal maar eens uit aan ouders, buren, vrienden. Hoe kun je nou met zo iemand een relatie beginnen? Ik voelde me tegelijkertijd een verrader. Ik had toch een intieme relatie met Jaap. Hoe is mij dit toch allemaal overkomen?

Inmiddels zijn we een stuk verder. Hulp hebben we nog steeds, maar we gaan nu met grote stappen vooruit. Jelle, Rosemarijn en ik zijn samen en genieten van elkaar. De kinderen doen het weer goed op school. Dat was de afgelopen jaren wel anders. We doen leuke dingen samen. We delen een nare geschiedenis, maar kijken vooruit. Binnenkort Sinterklaassurprises bij opa en oma. Met z'n drieën gaan we op wintersport. En we hebben samen besloten dat we volgend jaar verhuizen. We hebben ons leven weer opgepakt en bouwen samen aan een mooie toekomst. Daar mogen wij onze handen voor dichtknijpen...

Home | Lees het verhaal van Jelle »